JAN DE HONT

Het gezin De Hont aan het eind van de jaren 40.
Vlnr. Herman, Hans, Pa de Hont, Ben, Ad, Ma en Jan.

Jan de Hont Thuispagina
JEUGDJAREN


Een oorlogskind is hij, Jan de Hont. Hij wordt op 23 juli 1942 geboren in Amsterdam, in een gezin met vijf kinderen. Kort na de bevrijding staat hij al op een stoof naast de grammofoonplatenspeler mee te zingen met Tito Scipa, Benjamino Gigli en Caruso. Hij komt precies met zijn neus ter hoogte van de plaat. "Moet je die horen," zegt moeder De Hont en al snel wordt hij de 'Kleine Caruso' genoemd. De geur van die oude grammofoonplaten is hij nooit meer vergeten.
Zijn oudste broer Ben leert gitaar spelen van de buurman aan de overkant, die ook banjo speelt. "Mijn vader speelde mondharmonica onder de kerstboom, er werd al vroeg gemusiceerd bij ons thuis," vertelt De Hont.

Jan de Hont op de Ambachtschool in 1954.

Na de oorlog, in 1948, verhuist het gezin naar Tuindorp Amstelstation in Amsterdam-Oost. Daar komt Jan aan het eind van de jaren '50 Ria Valk tegen, en ook de gebroeders Heeren, die later in Rob de Nijs en de Lords spelen. Na de Lagere school leert hij meteen een vak. Jan de Hont: "Ik had vier broers en m'n vader was al vertrokken toen ik zes jaar was, armoe troef dus. Tijd en geld om te studeren was er niet want er moest zo snel mogelijk centjes verdiend worden. Mijn Oom was timmerman en die kon van die mooie kasten bouwen, dus ging ik naar de Ambachtschool op het Timorplein om het timmervak te leren, maar op m'n dertiende sloeg de TBC toe en moest ik anderhalf jaar kuren in het Amsterdams Kinder Sanatorium in Blaricum. Daar kwam mijn broer Herman wel eens op bezoek, die was inmiddels ook begonnen met gitaarspelen."

De "Sanatoriumband", met in het midden Piet van Meel (later van de Jets) en rechts daarnaast Jan de Hont met een papieren klarinet.

Jan de Hont: "Toen ik veertien jaar werd, kreeg ik een gitaar voor mijn verjaardag. Herman gaf mij een schriftje met akkoorden en schema's en ik kon aan de slag. Naast mij op de zaal lag Piet (Peter) van Meel - die later bij The Jets speelde - en ook hij raakte enthousiast door het gitaarspel van Herman. Op dezelfde zaal lag ook Jacques de Vries, later een bekend Amsterdams gitaarkenner en verzamelaar. Gezamenlijk zongen wij van 'Be-bop-a-lula' en 'Daar bij de waterkant'."
"Op mijn vijftiende verliet ik het sanatorium, maakte ik de opleiding aan de Ambachtsschool af en was ik gediplomeerd timmerman. Ik werkte daarna een jaar bij Meubelmakerij Tiethof in de Rustenburgerstraat, maar omdat ik dagelijks met een bakfiets heel Amsterdam werd rondgestuurd om toonbanken naar diverse bakkerijen te brengen, vroeg ik mij af of dit nou echt was wat ik wilde. Op aanraden van Roel Vredeveld (een schoolvriend uit de 6e klas) ben ik toen naar de Grafische School in de Dintelstraat gegaan en kon ik als boekdrukker aan de slag bij drukkerij Costra in Diemen."
"Maar ik wilde ook het podium op, had echter niemand om mee samen te spelen. Toen was daar ineens Ria Valk, die kon jodelen en durfde al cowboyliedjes te zingen. Van Country hadden wij toen nog niet gehoord, maar Ria deed het al. Met Herman en Ria deed ik mijn allereerste optreden in Speeltuinvereniging Frankendaal op een Sint-Nicolaasfeest, zaterdagmiddag 5 december 1958. Daarna dachten wij een trio te vormen maar helaas vond Ria's vader haar nog te jong voor het grote avontuur. Niet veel later won zij de tweede prijs in de Nederlandse Elvis Presley-verkiezing, Pim Maas bleef haar nog maar net voor."
"Omdat Herman in een jazzkwartet ging spelen met Cees Hamelink en Louis van Dijk klom ik in m'n eentje het podium op, met 'Peggy Sue' en 'Be-bop-a-lula' natuurlijk. Een groot repertoire had ik nog niet en ik voelde mij ook wel een beetje eenzaam op het podium. Dus vroeg ik mijn ouwe schoolkameraad Roel om mee te doen. 'Ik kan niks,' hoor ik hem nog zeggen. Doe jij maar de sambaballen dan, en daar gingen we: 'Peggy Sue' maar nu met sambaballen. We speelden regelmatig op talentenjachten die georganiseerd werden door plaatselijke speeltuinverenigingen en platenmaatschappijen. Daar zagen wij voor het eerst Erik van Eldik en The Shakin' Hearts, die hadden een echte drummer erbij!"

The Apron Strings in 1959. Vlnr. Jan de Hont, Roel Vredeveld en Hans de Hont.

"Ondertussen wilde mijn jongere broer Hans ook meedoen. Een paar akkoorden waren snel geleerd en daar gingen we, nu met z'n drieën. Jan, Hans en Roel nu ook op gitaar. Toen we eenmaal Little Henny & The Shakin' Boys en The Friendship Sextet (met een zeer jonge Jan Akkerman) hadden gezien wisten we het zeker: we moeten een drummer erbij! Gelukkig had een collega van Roel, de latere popjournalist Stan Govaard, wel eens iemand met een trommeltje gezien en dat bleek Henny van Pinxteren te zijn. Repeteren deden wij bij Stan thuis in z'n slaapkamertje. Helemaal van het Amstelstation, waar wij woonden, met bus E naar het eindpunt Centraalstation, en dan lopen met de spulletjes op je nek naar de Haarlemmerhouttuinen. Op twintig meter van onze 'repetitieruimte' raasde er elke vijf minuten een trein langs het raam. Dan moesten we ons spel even onderbreken. De naald van de pick-up vloog uit de groeven en Ritchie Valens werd onverstaanbaar. 'In a little Turkish town' konden we dan wel vergeten. 'La bamba' dan maar, dat is toch steeds hetzelfde, schreeuwden wij tegen elkaar."

Het eerste optreden van The Apron Strings in Jakob Maris in december 1959. Vlnr. Hans de Hont, Henny van Pinxteren, Roel Vredeveld en Jan de Hont.

"Dat kamertje bleek uiteindelijk dus niet zo'n goed idee en we verhuisden naar een zaaltje van de eerder genoemde Speeltuinvereniging Frankendaal. Daar ging het een stuk beter en op 19 december 1959 mochten we tussen de tombola door ons eerste optreden doen in Speeltuinvereniging Jacob Maris op het Columbusplein in Amsterdam-West. Hoe heten jullie eigenlijk? vroegen ze ons. Noem ons maar The Apron Strings, naar de gelijknamige hit van Cliff Richard."

Het vervolg valt te lezen in de biografie van The Apron Strings.


Apron Strings
ZZ & Maskers
Maskers
Anno Nu
September
Cargo
Mayflower
Neerlands Hoop
Music Garden
Toekomst
Rot/Lovsky
Magnificent 7
Boudewijn
Jan de Hont nu